Gevlucht uit Noord-Korea

Al meer dan een halve eeuw lijdt Noord-Korea onder het strenge ‘Kim-regime’. De bevolking kent een lange geschiedenis van honger en onderdrukking. Elke vorm van godsdienst, behalve de Juche-ideologie, wordt wreed bestraft. De Noord-Koreaanse christin Yang vertelt hoe ze tot op de dag van vandaag lijdt onder dit wrede regime.

Yang: “Ik woonde in een straatarm dorp in Noord-Korea. We aten dingen als zand en hout, om toch iets in onze maag te hebben. Midden jaren negentig stierven er in het dorp dagelijks gemiddeld tien mensen.” Om te voorkomen dat haar twee dochters van de honger zouden omkomen, vluchtte Yang naar China, in de hoop wat geld te kunnen verdienen. Daar kwam ze tot geloof.

Bont en blauw
Vervolgens keerde Yang terug naar Noord- Korea. Daar werd ze door haar buurvrouw betrapt toen ze aan het bidden was. Ze werd aangegeven. De autoriteiten konden geen aanwijzingen vinden dat Yang christen was geworden, maar dat weerhield hen er niet van om haar een maand lang vast te houden en te martelen. “Ze ranselden me af met een schep. Mijn hele lichaam was bont en blauw.”

Terug naar China
Yang werd vrijgelaten, maar ze werd constant in de gaten gehouden. Omdat ze christen was, werd ze door haar familie slecht behandeld. Daarom besloot Yang om opnieuw de grens over te steken. Maar ditmaal verliep het anders. Yang: “Ik werd in China ontvoerd en als slaaf verkocht aan een zakenman. Ik werd opgesloten in een huis en herhaaldelijk verkracht.” Uiteindelijk weet ze te ontsnappen. Samen met een vriendin probeerde Yang, die toen zes maanden zwanger was, naar Zuid-Korea te vluchten.

Dramatische vlucht
Met de hulp van tussenpersonen bereikten ze bijna de grens met Mongolië. Het was winter. Yang en haar vriendin verdwaalden in de sneeuw. Tijdens de wanhopige zoektocht naar de grens kreeg Yang een miskraam. Yang: “Ik wist maar één ding, ik moet blijven lopen. Dus stopte ik de baby in mijn tas en hing die om mijn nek. We bleven lopen. Overal zagen we skeletten liggen, botten van Noord-Koreaanse vluchtelingen. Met mijn vriendin ging het niet goed. Ik vergeet nooit meer die blik in haar ogen toen ze stierf. Ik had één arm om mijn vriendin heen geslagen en de andere om mijn baby, terwijl ik bad om redding. Ik denk dat ik daarna in shock ben geraakt.”

Beproefd geloof
Twee dagen later werd Yang door grenswachters gevonden. De lichamen van haar baby en haar vriendin werden achtergelaten. Yang was ernstig onderkoeld en de tenen van haar linkervoet moesten worden geamputeerd. Nu, vijf jaar later, heeft Yang nog steeds voortdurend pijn aan haar voeten. Toch is het verbazingwekkend hoe zij heeft volgehouden en haar blik op de toekomst blijft richten. Yang zegt dat haar geloof erg op de proef is gesteld, maar dat het ook de reden is dat ze hoop heeft blijven houden. Yang: “God heeft me gered. Ik voel me geroepen om de wereld te vertellen hoe het echte leven is in Noord-Korea, maar ik wil ook graag terug naar Noord-Korea om de boodschap van Zijn liefde te vertellen.”

Dit artikel is gepubliceerd in STEM van vervolgde christenen, november 2012

Bekijk de video: Het verhaal van Yang uit Noord-Korea