Vietnam: Geboeid om het evangelie

‘Ho’ (31) en ‘Thy’ (27) uit Vietnam zijn onafscheidelijk. Sinds ze tot geloof zijn gekomen door christelijke radio-uitzendingen, trekken ze samen de dorpen in het noorden van Vietnam door om anderen het Evangelie te vertellen. Als de politie hoort dat drie gezinnen tot geloof zijn gekomen en dat zij hun afgoden verbrand hebben, worden de Ho en Thy opgepakt. De mannen worden met handboeien aan elkaar gebonden.

Ruw slepen politiemannen de twee jonge evangelisten het dorpsplein op. Ze roepen de dorpsbewoners op om hun trouw aan het land te tonen door deze ‘verkondigers van leugens en rebellie’ in elkaar te slaan. Uren lang krijgen beide mannen klappen te verduren. Sommige dorpelingen spotten: “Vraag toch aan jullie Jezus om je te bevrijden.” Ze plaatsen een kom rijst voor hen op de grond en dwingen hen om als dieren uit de kom te eten.

Herinnering
Al die tijd houden Ho en Thy zich stil. Ze putten kracht uit de herinnering aan hun Heere, die ook geslagen en bespot werd. Uiteindelijk laat de politie hen gaan, nadat de broer van Ho een formulier heeft ondertekend waarin staat dat ze niet meer in het dorp mogen evangeliseren.

Medische zorg
Als ze thuis komen, zorgt de contactpersoon van SDOK ervoor dat beide mannen in het ziekenhuis worden opgenomen. Ze moeten daar zeven dagen blijven. De ziekenhuiskosten worden betaald vanuit het medisch hulpprogramma van SDOK en haar zusterorganisaties.

Vertrouwen
Ondanks de waarschuwing die Ho en Thy hebben gekregen, zoeken ze toch weer contact met de gezinnen uit het dorp. Voorlopig geeft Ho ze via de telefoon onderwijs uit de Bijbel en bidt hij met hen. Inmiddels is nog een ander gezin tot geloof gekomen. Het moedige getuigenis van de twee jonge evangelisten die stil bleven toen ze in elkaar geslagen werden, heeft velen aan het denken gezet. De nieuwe gelovigen reizen naar het dorp van Ho en Thy om hen te ontmoeten. Ze zeggen: “Zelfs als het betekent dat we moeten sterven, zullen we Jezus nooit verlaten. Ook als we uit het dorp verjaagd worden, vertrouwen we er nog steeds op dat God voor ons gezin blijft zorgen.”